Degeneratieve discus: slijtage van de interne structuur van de discus, vaak met hydratatievermindering, hetgeen het best geëvalueerd wordt op NMR-scan, en vermindering van de discushoogte. Dit kan optreden zonder uitpuilen van discusmateriaal buiten de normale grenzen.
Bulging: circumferentieel symmetrische extensie van de discus voor beide eindplaten (dit neemt toe met de leeftijd). Het is echter nog een normaal verschijnsel.
Discusprotrusie: focale of asymmetrische extensie van de discus voorbij de discusgrens met een brede connectie tussen de discus en het geprotrudeerde deel.
Vrij fragement: meer extreme extensie van de discus voorbij de normale grens met geen verbinding meer tussen het fragment en de oorspronkelijke discus.
Discus sekwester: een uitgestoten discuspartikel waarbij het vrije fragment geen contact meer heeft met de oorspronkelijke discus maar nog anterieur van het posterieur longitudinaal ligament ligt.
Spinaal stenose: vernauwing van de anteroposterieure doormeter van het spinaal kanaal beneden een kritische waarde. In dit lumbale regio betekent dit ook een laterale recessusstenose. De vermindering in doormeter kan een lokale zenuwcompressie betekenen en/of de bloedtoevoer naar het ruggemerg of de caude equina compromiteren. De stenose kan congenitaal zijn, of meestal verworven op een congenitale basis.
In de lumbale regio wordt het syndroom van neurogene claudicatio gemakkelijk herkend. In de cervicale regio zijn cervicale myelopathie en ataxie door spinocerebellaire tractuscompressie vnl aanwezig. In 5% zijn lumbale en cervicale stenosen symptomatisch tegelijkertijd. Spinale stenose op thoracaal niveau is zeldzaam.
Lumbale spinaal stenose: symptomatische lumbaalstenose is vnl aanwezig op niveau L4L5 en in mindere mate op L3L4,L5S1 en L2L3. Het komt vnl voor bij patiënten die congenitaal reeds een nauw kanaal hebben met een verworven degeneratie ovv facethypertrofie, hypertrofie van het ligamentum flavum, protrusie van de discus of spondylolisthesis. Patiënten melden zich vnl aan met een neurogene claudicatio die moet gedifferentieerd worden van een vasculaire claudicatio.
Spinaal trauma: spinale traumata komen vaak voor ten gevolge van verkeersongevallen, arbeidsongevallen, sportongevallen of ongevallen thuis. 20% van de patiënten met een belangrijk spinaal trauma zullen een tweede spinaal trauma of spinaal letsel hebben op een ander niveau.